©  2014  George Burggraaff
© 2013 George Burggraaff

Toelichting bij de Taoïstische visie op leven en dood.

Allereerst is de Tao een filosofie van de natuur,
de eeuwigdurende cyclus van leven en dood.
Het gaat om natuurlijk leven, verbonden met de Tao.

Soms lijkt de visie van de Tao hard, soms zacht. Tekst 8
We worden behandeld als honden van stro. Tekst 5
Tijdens het leven kun je de Tao volgen, of niet. Tekst 46.
Regelmatig staan er pleidooien voor het zachte.

Opmerkelijk is tekst 50.
We komen tot leven en keren terug in de dood.
De metgezellen van het leven zijn er dertien.
De metgezellen van de dood zijn er ook dertien.

De dertien zijn onze negen lichaamsopeningen en vier ledematen.
De universele visie van de Tao stijgt uit boven de beperkingen
van ons lichaam. Via deze metgezellen zijn wij verbonden
met al het andere leven en de dood.

De Tao keert zich tegen geweld.
Dit is een kern van het Taoïstische onderricht. Zie de teksten 30 en 31.
Tekst 42: Gewelddadige mensen sterven geen natuurlijke dood.
Dit wordt hier zelfs een uitgangspunt van het Taoïsme.
In tekst 74 veroordeeld de Tao eigenrichting.

Het begrip Tao wordt ook wel vertaald als 'het leven'.
Dat is te weinig, de Tao is alles, ook de dood.

Belangrijk is de grootste Taoïstische schat, de onbaatzuchtige liefde, zoals een moeder voor haar kinderen. Zie tekst 67

Ook de kringloop van yin en yang komt overeen met de kringloop van het leven en de dood.

Leven en dood komen (onder meer) aan de orde in de teksten
2, 13, 28, 42, 50, 52, 67, 73, 74, 75, 76, 80.