©  2016  George Burggraaff
© 2018 George Burggraaff


Beginpagina
Trefwoordenindex
Titellijst

Tao, uitleg voor kinderen

Abonnement op nieuwe Tao pagina's




Het Chinese symbool voor Tao, de weg.

Het Chinese symbool voor Tao stelt een voet voor (lopen, volgen, gaan) en een oor of een hoofd met twee pluimen.
Het is de generaal, de leider.
Het symbool staat ook voor de verbinding tussen hoog en laag en tussen hemel en aarde. Tao betekent dan de natuurlijke heelheid van alles, waaronder de mens.

Het woord Tao is het do uit Ju-do, de zachte weg.

Wie iets meer inzicht wil krijgen in het oorspronkelijke Chinees en de vertalingsdans verwijs ik graag naar:
de toelichting bij tekst 40


© 2018 George Burggraaff, Roeland Schweitzer

Toelichting bij het begrip Tao.

Het begrip Tao is in principe niet te vertalen,
omdat ieder woord meteen ook een begrenzing bevat.
De Tao valt volledig buiten onze menselijke schaal.
De Tao is onbegrensd en eeuwig.
Het is het oerprincipe, de basis van alles.
Het is het hoe en waarom, het onzichtbare zichtbare,
aarde en hemel, het goede en het kwade, de bron,
de ziel, de oerkracht, de spontane weg der dingen,
harmonie, yin en yang, de schepping, het samen,
water, de rivier, het oneindige, het leven, het niets en het alles.

Een van de handzame betekenissen van het woord Tao is de weg, het pad. Maar het is niet een weg die je moet volgen.
Je hoeft de Tao helemaal niet te volgen, je hoeft het pad niet af te leggen, want de Tao is er en jij bent er ook al. Tao betekent immers ook alle wegen en zelfs geen weg.  De Tao is alles en niets. Het is niet een weg van onbekwaam naar bekwaam, of van slecht naar beter, maar een manier van zijn.
Tao heeft betrekking op ons zijn, maar ook op het geheel van wat dan ook, een wetenschap, een rechtstelsel, een taal, een sterrenstelsel.
Je zou het ‘de geest erachter’, de intentie, kunnen noemen.
De sinoloog Henri Borel en eerste vertaler van de Tao Te Tjing naar het Nederlands, in 1897, stelt dat de Tao een Godsbegrip is en dat de enige veetaling voor Tao God is. Daarna ontrekt hij deze universele God aan welke alleen zaligmakende godsdienst dan ook. Dus dit is de God van alle godsdiensten, waar alle volken naar reiken.

De Tao hebben wij allemaal, als kinderen van de oneindige kosmos.

'Ik ben het licht (de weg), de waarheid en het leven' Johannes 14:6,
de Tao bij uitstek, o.a. volgens mijn adviseur Claar Kolff.

De sleutel tot de Tao is het 'niet-handelen', wu-wei.
Spontaan en natuurlijk handelen, zonder inspanning, zonder streven.
Handelen als een speels zwerven.

Men kan het Taoïsme omschrijven als noch woorden noch daden.
Tegelijkertijd ook permanente beweging, energie.
Zijn als water, meegaan met de stroom. Je niet verzetten.
Het ideaal van de Taoïsten is de pure aard,
het ‘onbewerkte houtblok’ dat nog alles kan worden.
De absolute stilte, waarbinnen nog alles mogelijk is.
De as van het wiel, zie tekst 11.
De Tao is alles ervaren, zonder iets te willen.
Drijven op de spontaniteit van het leven.
Want zodra je iets wilt, dan sluit je iets anders uit.
De Tao is vaag en mistig, ongrijpbaar, onzichtbaar. Zie tekst 14

Meningen over goed en kwaad zijn cultuurgebonden momentopnamen.
Wij zetten onszelf klem door het denken in dualiteiten,
de morele tegenstelling tussen goed en kwaad, lichaam en geest,
mannelijk en vrouwelijk, wij en zij, terwijl alles juist één geheel is.
Het een kan niet zonder het ander.
Yin en yang vormen een oneindig samenvloeiend geheel.
Wetten, regels en kennis leiden tot beperkingen, hoe zinvol ook.
Hierdoor worden we gehinderd om ieder moment de beste,
meest natuurlijke, oplossing te kiezen.
In jezelf is de Tao aanwezig in de vorm van je innerlijke kracht, Te,
zie ook tekst 21.

Het Taoïsme is eenvoudig en onthecht.
Een filosofie van het individu én van het geheel,
een filosofie van vrijheid en verbondenheid.

Een groot aantal teksten gaat over het begrip Tao:
1, 4, 6, 14, 21, 25, 32, 34, 35, 39, 40, 41, 42, 46, 48,
51, 53, 55, 56, 60, 62, 65, 67, 77, 79 en 81.