©  George Burggraaff 2011

Toelichting bij Tao tekst 1

Het onzichtbare raadsel.

De eerste zinnen zijn de meest geciteerde Tao zinnen.
De kern van het hele boek wordt er in uitgelegd.
Hier wordt het wonder van de schepping behandeld.
Vergelijk de bijbeltekst Johannes I,I:
'in den beginne was het woord en het woord was God.'
Er is iets dat ons bevattingsvermogen te boven gaat.
Er is een fase, voordat er materie is.
Dan komen er twee werelden: het onzichtbare en het zichtbare.
Binnenkant en buitenkant. Wit en zwart. Yin en Yang.
Vrouw en man, het zachte en het harde.
Materie is de buitenkant.
Het gaat om de combinatie van beide.
De Tao, altijd op zoek naar de kern,
het wonder van het leven, de Tao.
Waar komen de dingen vandaan?
Achter het mysterei van het zichtbare zit nog en ander mysterie.
Hier gaat het om.

Hieronder staan de eerste twee regels in het Chinees,
te lezen van rechtsboven naar beneden. Letterlijk staat er:
De weg kunnen de weg niet altijd de weg.
De naam kunnen de naam niet altijd de naam.

In 1993 bleek uit een nieuwe grafvondst, gedateerd op 370 voor Christus,
dat de hier gebruikte Chinese tekst niet helemaal oorspronkelijk was.
Oorspronkelijk stond er het teken voor ‘totaal’ of ‘absoluut’.
In (deze) latere versie werd dit het teken voor ‘altijd’ of ‘eeuwig’.
Toch wel een belangrijke nuance in de vertaling. Totaal versus eeuwig.


de eerste regels uit de DaodeJing in Chinese kalligraphy