©  George Burggraaff 2018

Toelichting bij Tao tekst 1

Het onzichtbare raadsel.

De eerste zinnen zijn de meest geciteerde Tao zinnen.

De Tao waarover wij spreken is niet de eeuwige Tao.
De  naam die wij noemen is niet de eeuwige naam.


Over de Tao praten, dat kan, maar niet over de eeuwige Tao.
Een naam noemen, dat kan, maar het is niet de naam van de absolute Tao.


De kern van het hele boek wordt er in uitgelegd.
Onze taal en menselijke proporties schieten dimensies te kort
om een begrip als Tao erin onder te brengen.

Vergelijk de bijbeltekst Johannes I,I:
'In den beginne was het woord en het woord was God.'

Er is iets dat ons bevattingsvermogen te boven gaat.
Er is een fase, voordat er materie is.
Dan komen er twee werelden: het onzichtbare en het zichtbare.
Binnenkant en buitenkant. Wit en zwart. Yin en Yang.
Vrouw en man, het zachte en het harde.
Materie is de buitenkant.
Het gaat om de combinatie van beide.
De Tao, altijd op zoek naar de kern,
het wonder van het leven, de Tao.
Waar komen de dingen vandaan?
Achter het mysterie van het zichtbare zit nog een ander mysterie.
Hier gaat het om.

Hiernaast staan de eerste twee regels in het Chinees,
te lezen van rechtsboven naar beneden. Letterlijk staat er:
De weg kunnen de weg niet altijd de weg.
De naam kunnen de naam niet altijd de naam.

In 1993 bleek uit een nieuwe grafvondst, gedateerd op 300 voor Christus,
dat de hier gebruikte Chinese tekst niet helemaal oorspronkelijk was.
Oorspronkelijk stond er het teken voor ‘totaal’ of ‘absoluut’.
In (deze) latere versie werd dit het teken voor ‘altijd’ of ‘eeuwig’.
Toch wel een belangrijke nuance in de vertaling: totaal versus eeuwig.