©  george burggraaff

Toelichting bij Tao tekst 5

Alles is wind, alles is adem.

De hemel (mannelijk, yang) en de aarde (vrouwelijk, yin)
zijn de polen waar de mens zich tussenin bevindt.
'Hemel en aarde beschermen je niet.'
Deze vijfde tekst wordt daarom vaak als onbarmhartig gezien.
Dit tgenover de hoogste Confucianistische deugd: bramhartigheid, Ren.

De Tao oordeelt niet, is zonder oordeel.
Het goede wordt niet beloond, het slechte niet bestraft.
Aan de andere kant roept de Tao op om je hart te volgen.
Zie bijvoorbeeld tekst 33 of tekst 54.
Zachtheid is de werkwijze van de Tao, aldus tekst 40.
In tekst 43 overwint het zachte het harde.
Ook de voorafgaande tekst 4 heeft een milde toon.
De Tao is echter geen religie en de Tao biedt geen geborgenheid.
Mensen leven, doen hun dingen en sterven, soms onverwachts.
Tegen ziekte, ongelukken en natuurrampen helpt de Tao niet.

Ik voel er met o.a. Patricia de Martelaere veel voor om de Tao dicht bij mijn eigen lichaam te houden. Dan is de blaasbalg een metafoor voor mijn longen.

Bij begrafenissen droegen Chinezen vroeger honden van stro
om kwade geesten tegen te houden. Na de begrafenis heeft
de hond geen waarde meer en wordt vertrapt of weggesmeten.
Een hond van stro is, net als de mens, tijdelijk.
Dan volgt de fraaie vergelijking met een blaasbalg.
Bron van energie.
Maar meer energie en drukte maken je niet wijzer.
In de laatste zin wordt het totaal (Tao) gekoppeld
aan de kern van jezelf.