©  george burggraaff
© 2015 George Burggraaff

Toelichting bij Tao tekst 32

Naamloos is alles.

Uiteindelijk gaat alles weer op in de grote zee.
Ook heersers, hoe groot ook, ontkomen niet aan de Tao.
Als ze de Tao als uitgangspunt nemen,
dan vervallen belangen en posities,
dan is alles en iedereen gelijk, deel van de natuur,
verbonden met de Tao.
Alles zal graag deze natuurlijke weg volgen.
De aarde wordt een paradijs.
Zodra er echter weer macht ontstaat,
taken, rangen, standen, bezit, belangen, posities, regels,
dan ontstaat er ook weer angst,
bijvoorbeeld om macht te verliezen
en stagneert de Tao.
Prachtige slotzin:
de Tao is als een rivier, op weg naar huis, de zee.

Zie ook de teksten 1, 37 en 41