©  george burggraaff
© 2016 George Burggraaff


Toelichting bij Tao tekst 41

De vreemde weg.

De tekst lijkt uit twee delen te bestaan.
Eerst een relativerende, vrolijke noot.
’Zonder gelach is er geen Tao.’
En dan een stuk over de weg / Tao.
Over waarneming. De dingen zijn vaak niet wat ze lijken.
De tegenstellingen tussen wat je kunt zien en wat er is.
Sommige zinnen staan elders ook ongeveer.
De vorm zonder vorm uit tekst 14 bijvoorbeeld.
De onbenoembare Tao uit tekst 1. Zie ook tekst 15, 21, 34 en 45

Deze tekst maakt nog eens duidelijk dat de Tao gaat over doen.
De Tao vraagt om oefening, het gaat over energie, levensenergie (chi),
Zoals in tai chi, maar ook in calligrafie, de zen-tuin of de thee-ceremonie.
Dagelijks er aan werken, er mee bezig zijn.
Een steen slijpen in de rivier.

Het doel van Tao is niet zozeer een vredige geest of een puur hart,
maar de rustige en toegewijde vervolmaking van alles wat is.
Diepe liefde zoals een moeder is toegewijd aan haar kind. Tekst 67

Omdat deze tekst over de Tao zelf gaat, zou hij horen voor tekst 38,
het begin van deel 2 over Te, de innerlijke kracht. Zo helder is de indeling in de twee delen dus niet.
De vorige vrijmoedige versie van deze tekst vind ik nog steeds goed.