©  george burggraaff
© 2018 George Burggraaff


Toelichting bij Tao tekst 52

Keer terug naar de moeder.

Van zo'n tekst kun je een flinke puzzel maken. Op zoek naar de beste woorden die de lading toch niet helemaal dekken. En: wat wordt er nu echt bedoeld? Wat zeggen andere bronnen? Wat lijkt me wel wat en wat zeker niet?

Tegelijkertijd lees ik ook andere Taoïstische boeken, zoals Zhuang Zi van Kristofer Schipper en Leyuan, de tuin van het geluk van Jan De Meyer. Aanbevolen sinterklaascadeaus.

Van de hand van sinoloog en taoïst Kristofer Schipper verscheen in november 2015 een Nederlandse Tao vertaling die mijn gezoek een andere plek geeft. Kristofer schipper (1934) komt uit Nederland en is een van de bekendste Tao deskundigen ter wereld. In Taiwan is hij opgeleid tot Tao meester. Vervolgens was hij hoogleraar sinologie aan de Sorbonne in Parijs en in Leiden. Sinds 2001 woont hij met zijn Chinese vrouw in de Chinese stad Fuzhou, waar hij een Westerse bibliotheek mocht stichten met 25.000 titels op het gebied van literatuur, kunst, geschiedenis en filosofie. Zo verbindt hij China met het westen en ons met China via zijn unieke Zhuang Zi vertaling (2007) en zijn Tao vertaling.

Maar wat nu te zeggen over tekst 52?
De eerste regels gaan over de (baar)moeder als begin van alles en tegelijkertijd de twee-eenheid, moeder en kind, nog voor de polariteit van yin en yang.
Het kind, dat is misschien het leven in zijn alledaagse verschijningsvormen.
De moeder, dat is het grote oerprincipe. In de geborgenheid van het grote geheel is het goed toeven. Tegelijk is in de alledaagse dingen (het kleine) ook het grote oerprincipe aanwezig en zichtbaar.

'Keer terug naar de moeder', dat heb ik als titel meegegeven aan deze tekst. In tekst 40 staat al dat alles terugkeert. Dus het gebeurt vanzelf.

Het tweede vers is begrijpelijk en al net zo'n onwereldse opgave als het eerste. Bovendien is dit een vorm van meditatie. Zie ook tekst 4 en tekst 56.
Als je je afsluit van invloeden van buitenaf (onmogelijk, want je ademt toch altijd), dan ben je puur wat je bent, dat is zo. Maar je nergens mee bemoeien, dat is ook je onttrekken aan het leven. Natuurlijk enthousiasme dat zich vertaalt in doen wat je kunt doen, zonder iets te forceren (wu wei), dat is de weg van de Tao. Termen als gemakkelijk of moeilijk of lijdensweg zijn niet aan de orde, want ze zijn gebaseerd op vergelijkingen die je niet kunt maken met dichte ramen en deuren. Uiteraard staan ramen en deuren ook voor ogen en oren en je zintuigen. Zolang je dus blijft vergelijken, word je niet gelukkig.

Vers drie meldt diverse Taoïstische innerlijke krachten. Kleinschaligheid, oog voor detail, je kunnen verheugen over twee onze lieve heersbeestjes op een zonnebloem, en buigzaamheid, zie ook tekst 76. Het vers sluit opnieuw af met het advies om terug te keren naar de bron, de moeder, het licht.
Zie ook tekst 67.
De allerlaatste regel lijkt een latere toevoeging.

Zie ook de teksten 2, 10, 20, 23