©  George Burggraaff
© 2015 George Burggraaff


Toelichting bij Tao tekst 67

De drie schatten.

Deze tekst 67 is een centrale tekst uit de Tao Te Tjing.
Het middenstuk hiervan is glashelder.
Wie met / naar de Tao leeft, kent allereerst diepe liefde
(mededogen, medeleven, compassie, onbaatzuchtige moederliefde, zachtmoedigheid). Dit is de eerste grote schat.
De tweede schat is matigheid en de derde is bescheidenheid.
Dit zijn de drie schatten en zonder deze gaat het fout.

Tz'u  moederliefde, zoon, dochter aan het hart drukken
De eerste schat Tz'u 'diepe liefde' is het belangrijkste.
Het teken Tz'u is samengesteld uit de tekens voor zoon en dochter die aan het moederhart worden gedrukt.

Deze diepe liefde of mededogen is ook in het Boeddhisme een centraal begrip. Het is de basis voor de geweldloosheid van zowel Taoïsme als Boeddhisme.

De drie schatten zijn geen verrassing, ze staan links en rechts al in de Tao Te Tjing genoemd. Zie de trefwoorden nederigheid, eenvoud en diepe liefde.
Waley beschrijft deze drie schatten als de drie regels die de praktische, politieke kant van het onderricht van de Tao vormen:
(1) je onthouden van geweld. Zie ook tekst 69
(2) absolute eenvoud van leven
(3) weigeren om je gezag te laten gelden.
Diverse bronnen wijzen erop dat deze drie schatten sterk overeenkomen met de Confucianistische deugden. De verschillen tussen Taoïsme en Confucianisme zijn hier dus niet zo groot.

Tian, in de laatste regel, betekent hemel, maar niet in de zin van paradijs na de dood. Het betekent de oorspronkelijke natuur, de verschijningsvorm van de Tao, en het betekent ook heel gewoon ‘de blauwe lucht’.

Zie ook http://en.wikipedia.org/wiki/Three_Treasures_(Taoism)
Deze tekst en de teksten 68 en 69 vormen samen drie teksten over strategie.