©  george burggraaff
© 2015 George Burggraaff

Toelichting bij Tao tekst 25

De Tao is zichzelf.

Die oervraag, waar komt alles vandaan?
In de stilte en de leegte is de beweging begonnen.
Dan zijn we meteen bij het principe van de Tao.
De oneindig grote (en kleine) beweging van het begin.
Niet benoembaar, woorden vrijwel identiek aan tekst 1.
En omdat de Tao oneindig is, doorstroomt het alles.
Tao als levensenergie, qi.

Iedere beschrijving is statisch, gefixeerd, niet stromend, beperkt.
Daar doe je het begrip Tao dus altijd mee te kort.

Verschil tussen Tao´sme en Christendom is dat de Tao hier het woord moeder gebruikt, de moeder van alles, een vrouwelijk uitgasngspunt.

In veel teksten wordt hier in paats van mens het woord koning gebruikt.
Hiermee wordt de volmaakte mens bedoeld.
Verbonden met hemel en aarde en de Tao.
De volmaakte mens, als een van de grote vier!
De mens, de aarde, de hemel, de Tao.
En de Tao volgt eigen wegen, spontaan.

Zie ook tekst  1, 14, 21 en 40